Verslag subgroep Beleid en organisatie, 10-2-2010

Maatschappelijke functie kinderopvang

A) Manifest Contextgroep: maatschappelijke opdracht kinderopvang

Op 4 september 2008 is het manifest De betekenis van de kinderopvang en de opdracht die dit meebrengt aangeboden aan staatssecretaris Sharon Dijksma van OCW. Een aantal  directeuren in de kinderopvang heeft het initiatief genomen de contextgroep kinderopvang op te zetten. Met de contextgroep kinderopvang wordt een duidelijk standpunt neergezet waar de kinderopvang in Nederland voor staat. Het formuleren en onderschrijven van een maatschappelijke en pedagogische opdracht voor de samenleving is het doel van dit manifest.

C) Maatschappelijke functie kinderopvang: EU onderzoeken

Tijdens een powerpointpresentatie staat de Internationale aanbevelingen, sociale inclusie en respect voor diversiteit in voorzieningen jonge kinderen centraal . Hier wordt een aantal EU onderzoeken besproken. Verschillende organisaties (EU strategie kinderrechten, Unicef – IRC-8, OECD Starting Strong, EU commissie) doen aanbevelingen voor voorzieningen voor jonge kinderen die algemeen toegankelijk moeten zijn en van goede kwaliteit.
De discussie richt zich op het feit dat de kinderopvang is gebruikt als instrument voor arbeidsparticipatie van vrouwen. Kinderopvang heeft naast een economische functie ook een maatschappelijke en pedagogische functie.
De principes van het Europese netwerk DECET zijn hier belangrijk. Wat voor cultuur en sfeer heerst er in een organisatie? Voelt iedereen zich welkom, gehoord en erkend?

D) Toegankelijkheid en Bereik

Kinderopvang is voor alle kinderen, maar het bereikt niet alle kinderen/groepen. Kinderen van werkende ouders worden in de kinderopvang bereikt terwijl kinderen van niet-werkende ouders vooral de VVE en peuterspeelzalen bezoeken. Dit werkt segregatie in de hand.

E) Functie van de kinderopvang in de gemeenschap/community functie:

  1. Uit de RMO-rapporten blijkt dat de inbedding van het gezin in een sociale structuur aan het verbrokkelen is. Kinderopvang/peuterspeelzalen/leerkrachten kunnen worden gezien als steun voor de ouders. Het zou helpen als dit meer onder de aandacht wordt gebracht.
  2. Netwerken tussen ouders onderling zouden ook meer ontwikkeld mogen worden. Kinderopvangorganisaties en peuterspeelzalen kunnen hier een rol in spelen. Maar de vraag is waar grenzen liggen en wat tot de taak van kinderopvang hoort en wat niet. Kinderopvangorganisaties kunnen ouders vragen wat zij belangrijk vinden.
  3. Het taboe op opvoeden doorbreken: vragen waar ouders mee zitten. Trachten hen dit met elkaar te laten bespreken bijvoorbeeld. Hetzelfde geldt ook voor pedagogisch medewerkers in een team, is er voldoende emotionele veiligheid in het team om te praten over verschillende visies?
  4. De taak van Centra voor Jeugd & Gezin (CJG’s) op landelijk niveau is o.a. om alle opvoedingsondersteunende taken bij elkaar te krijgen en daar zou de kinderopvangorganisatie ook onderdeel van moeten uitmaken..

F) Pedagogisch medewerker: competenties en taken: zie subgroep ‘Pedagogisch medewerker in team’

Diversiteitbeleid
Hier stond de volgende vraag centraal: ‘In diversiteitbeleid in kinderopvangorganisaties moet in elk geval aandacht zijn voor...

  1. Indicatoren voor diversiteitsbeleid: als je geen tastbare kapstokken hebt, kun je elkaar er niet op aanspreken.
  2. Competenties m.b.t. omgaan met diversiteit en deze koppelen indicatoren.
  3. Permanent leren: hoe werk je met het team op de werkvloer? Van belang om het cyclische proces vast te leggen in beleid, zodat ook nieuwe medewerkers op ieder punt kunnen aanhaken.
  4. Open houding/vaardigheidsaspecten: door een open houding kan een professional laten zien dat men wel open staat om bijvoorbeeld bij een taalbarrière anderen welkom te heten.
  5. Doelgerichtheid: duidelijk hebben wat je in een kinderopvangorganisatie terug wilt zien.
  6. Selectie van personeel/diversiteit in personeelsbeleid: kan de sollicitant vinden in de visie m.b.t. diversiteit en ook in de aard van de activiteiten>
  7. Diversiteitsbeleid op alle niveaus: op alle niveaus bezig kunnen zijn met diversiteit.
  8. Hou het licht: ook in de kinderopvangorganisaties. Een teveel aan protocollen/regels kunnen de dagelijkse gang van zaken belemmeren.